Afdrukken

Den Bosch, Jeroen Bosch-ziekenhuis
In ’s-Hertogenbosch is de bouw van het Jeroen Bosch-ziekenhuis in volle gang. Het complex zal naar verwachting in 2011 voltooid worden en heeft dan een capaciteit van 730 bedden en zestien operatiekamers. Een kapel maakt deel uit van het ontwerp. Het gebouw ziet er aan de buitenkant uit als een aantal schubben die elkaar deels overlappen. Zij staan met elkaar in verbinding door glas. Het belangrijkste element in het interieurontwerp van de kapel is een rots, uitgesproken kerkelijk symbool van vastheid en stevigheid. De rots biedt onder meer plaats aan het liturgisch centrum, een koor en een orgel. Begin juni werd de bouw van een nieuw instrument opgedragen aan Pels & Van Leeuwen, gevestigd in Den Bosch. Het orgel zal over twee klavieren (56 tonen) en een vrij pedaal (30 tonen) beschikken.

De dispositie luidt:
Hoofdwerk: Prestant 8, Bourdon 8, Quintadeen 8, Fluit Travers D 8, Octaaf 4, Nazat 3, Octaaf 2 (uit Mixtuur), Mixtuur 3-4 st., Terts 1 3/5;
Zwelwerk: Roerfluit 8, Viola da Gamba 8, Fluit harmoniek 4, Salicionaal 4, Gemshoorn 2, Kromhoorn B/D 8;
Pedaal: Subbas 16, Violon 8, Octaaf 4;
twee tremulanten en de gebruikelijke koppelingen.
Het frontontwerp wordt gedomineerd door een verticaal lijnenspel. De pijpengroepen in het front zijn als lichtbundels afgezet tegen een donker gekleurd decor. Opvallend zijn de stalactietachtige consoles. De oplevering van het orgel is voorzien in april 2011.  (RH; NotaBene, juli/aug.’09)

Oploo en Apeldoorn
In ‘Het Orgel’ van juli/augustus 2009 zijn twee uitvoerige beschrijvingen opgenomen van de orgels in de St.-Matthias te Oploo (ingezegend door Mgr. A.L.M. Hurkmans en in gebruik genomen op 22 maart 2009) en de O.L.Vrouwe-Tenhemelopneming te Apeldoorn. Beide orgels zijn gerestaureerd door Pels & Van Leeuwen uit Den Bosch. (RH; Het Orgel, juli/aug.’09)


Voorschoten, H. Laurentiuskerk, Mitterreither/Van den Brink orgel 1792/1875)
Orgel met grootst aantal 18e eeuwse pijpen
Op zondag 27 september a.s. wordt het geheel gereconstrueerde en gerestau¬reerde orgel van de H. Laurentiuskerk te Voorschoten in gebruik genomen. Het is het op twee na oudste orgel van het bisdom Rotterdam. Om meerdere redenen is het een bijzonder instrument. Niet alleen omdat het van alle orgels in het bisdom Rotterdam het grootste aantal 18e-eeuwse pijpen heeft, maar ook omdat het een vroeg voorbeeld is van een orgel met vrij staande mechanische speeltafel. Uniek voor Nederland is de vondst van een deksel van een pijp (toon fis° van het register Holpijp 8’ op het hoofdwerk) met aan de binnenzijde een gravure van een personeelslid van orgelmaker Matthias van den Brink.

Reformatie
Een oud historische orgel dat onder bescherming staat van Monumentenzorg vind je in Nederland doorgaans eerder in een protestante dan in een Rooms-katholieke kerk. Dat komt omdat na de reformatie alle katholieke kerken werden geconfisqueerd door de protestanten en daarmee ook de historische orgels. Rooms-katholieken konden alleen in het geheim hun liturgievieringen houden. Na verloop van tijd was het hen geoorloofd liturgie te vieren in gebouwen die vanaf de openbare weg het uiterlijk hadden van een woonhuis of schuur. Als de ruimte van een dergelijke schuilkerk het toeliet, werd er een orgel geplaatst. Bijna al die schuilkerken zijn verdwenen. In Amsterdam is nog een dergelijke schuilkerk. Kerk én orgel vormen tegenwoordig Museum Amstelkring ‘Ons’ lieve Heer op solder’.
Pas na het herstel van de Bisschoppelijke hiërarchie in 1853 was het weer voor rooms-katholieken geoorloofd een kerk te bouwen. Vanaf dat moment werden er ook weer nieuwe orgels gebouwd. Aanvankelijk werd in de nieuw gebouwde kerk het orgel uit de voormalige schuilkerk geplaatst. Al gauw bleken dergelijke instrumenten onvoldoende berekend op hun taak in de veel grotere kerkruimte en werden vervangen door orgels van grotere omvang.
Het is daarom tamelijk zeldzaam als een orgel uit de Schuilkerk periode alle ‘stormen’ heeft overleefd. In het bisdom Rotterdam dateren op dit moment vier instrumenten uit die periode: het orgel van de Lodewijkskerk te Leiden (17eeuw/1769) de Bartholomeuskerk te Schoonhoven (1784) en de H. Laurentiuskerk te Voorschoten (1792/1875). Het Mitterreither orgel uit 1797 van de St. Jacobuskerk te Den Haag is op dit moment nog niet bespeelbaar.
Van de bovengenoemde instrumenten is dat van Voorschoten het grootst. Het bezit ruim 1100 pijpen verdeeld over twee klavieren en pedaal.

Oostenrijkse wortels
In 1792 bouwde de uit Graz (Oostenrijk) afkomstige orgelmaker Johannes Mitterreither (1733-1800) een orgel voor de schuilkerk van de H. Laurentiusparochie te Voorschoten. Sinds 1761 woonde deze orgelmaker in Nederland. Voor die tijd was het een kostbaar en omvangrijk instrument. Het werd geschonken door Pastoor Paulus van der Burg. Van der Burg was pastoor van 1774 tot zijn dood in 1805. Hij verfraaide niet alleen de schuurkerk met het Mitterreither orgel, maar verbouwde deze voor het toen aanzienlijke bedrag van 3378 gulden. Van der Burg heeft kosten nog moeite gespaard om niet alleen de beste orgelmaker uit te zoeken, maar bovenal om een instrument te laten vervaardigen dat, gezien de bescheiden afmetingen van de schuurkerk, ruim toegemeten was voor zijn taak. Het instrument telde 9 registers. In 1868 werd een nieuwe parochiekerk gebouwd in neogotische stijl naar ontwerp van Theo Asseler. Orgelmaker Matthias van den Brink (Amsterdam) bouwde van 1871-1875 voor deze kerk een nieuw orgel. Voor het hoofdwerk (1e klavier) gebruikte hij bijna al het pijpwerk van het Mitterreither orgel. Het werd geplaatst in een nieuwe neogotische kas en uitgebreid met een tweede klavier met 6 registers. In 1871 was het orgel bespeelbaar maar nog niet voltooid. In 1875 werden pas de frontpijpen van de prestant 8’ geplaatst, afkomstig uit het atelier van de Parijse orgelpijpenmaker Henri Zimmermann. Uniek is de vrij staande mechanische speeltafel waardoor de organist rechtstreeks zicht heeft op het priesterkoor. Eerdere exemplaren hiervan waren door Van den Brink gemaakt voor de orgels te Heemstede (1853) en Warmond (1863).

Dramatische verbouwing
Het instrument kwam verder ongeschonden de tijd tot door tot dat het in 1931/1932 drastisch werd verbouwd door de firma Bik te Leiden. Rigoureus werd de bovenkant van de orgelkas afgezaagd, waardoor alle neogotische bekroningen sneuvelden. De windladen, de tractuur en de windvoorziening, met uitzondering van de magazijnbalg, werden vervangen door een systeem van inferieure kwaliteit. De frontpijpen werden met aluminium verf (!) overgeschilderd en de binnenste tussenvelden werden van zinken pijpen voorzien. In 1954 werd ten slotte de totale orgelkas wit overgeschilderd. In het stookseizoen van 1966-1967 zijn tengevolge van de hete luchtverwarming de windladen kapot gesprongen. In 1971 werd besloten het orgel niet meer te restaureren en een nieuw koororgel aan te kopen ter begeleiding van het koor dat vanaf dat moment op het priesterkoor, achter het altaar werd opgesteld.

Restauratie 2007-2009
Na een doornroosje slaap van bijna 40 jaar, werd het parochiebestuur zich langzaam aan bewust welk een uniek instrument men in de kerk had staan. Nadat Ton van Eck, adviseur namens de Katholieke Klokken- en Orgelraad in 1993 een uitvoerig rapport had gemaakt over het orgel, waarin bevestigd werd dat het orgel pijpwerk bevatte van de 18e eeuwse orgelmaker Mitterreither, stelde hij in 1999 een restauratieplan op. Op basis van dit plan werden diverse offertes aangevraagd en contact opgenomen met Monumentenzorg. In 2005 werd, na fiat van de RCAM uiteindelijk definitief besloten tot restauratie van het hoofdorgel waarbij de opdracht werd gegeven aan orgelmaker L. Verschueren uit Heythuysen (Limburg). Deze orgelmaker had al eerder ervaring opgedaan met de restauratie van het Van den Brink orgel te Heem¬stede. Dankzij overheidssubsidie, toezeggingen van diverse fondsen, instellin¬gen en particulieren en een pijpadoptieplan kon de restauratie van start gaan. Met de restauratie was ruim € 400.000,- gemoeid. Ongeveer € 41.000,- moet nog worden ingezameld door de parochie.

Reconstructie
Tijdens de restauratie werd het orgel gereconstrueerd naar de toestand van 1871/1875. Dit betekent dat de pijpen, windladen en kanalen, windvoorziening, orgelkas en speeltafel werden gereconstrueerd naar voorbeelden van Van den Brink en/of Mitterreither. De dispositie werd hersteld naar de vermoedelijke toestand van 1875. Het register mixtuur en een deel van het register cornet werden gereconstrueerd op basis van nog aanwezige pijpen van Mitterreither. Aan het orgel werd een vrij pedaal toegevoegd in de onder kas. Hiervoor werd deels historisch pijpwerk gebruikt dat vrij was gekomen bij de restauratie van het orgel in de Caroluskapel te Roermond. Het register Trombone 8’ werd gemaakt op basis van de factuur van de hoofdwerk trompet van Van den Brink.
Na uitvoerige bestudering van het pijpwerk kwam aan het licht dat orgel nog meer 18e eeuwse pijpwerk bevatte dat aanvankelijk was aangenomen. Het register Bourdon 16’ is door Van den Brink (met uitzondering van de 12 laagste pijpen) samengesteld uit 18e eeuwse pijpen, afkomstig van een ander orgel. Ook de registers Fluit 4’ en Blokfluit 2’zijn samengesteld uit 18e eeuws materiaal afkomstig van een ander orgel.

Klank
Het orgel telt nu ruim 1100 pijpen verdeeld over 20 registers op hoofdwerk, bovenwerk en pedaal. De klank is ronduit imposant, mede door de perfecte akoestiek. Enerzijds toont het in de registers nog zijn laat 18e eeuwse gezicht, anderzijds is ook al het vroeg 19e eeuwse karakter te horen bijvoorbeeld in de prestant 8’ en de trompet 8’. Het orgel klinkt compleet herboren. Het heeft een perfecte speelaard en is voor het oog weer een lust om te zien, nu de orgelkas is gereconstrueerd en van de authentieke kleurstelling is voorzien.

Richard Bot,  artikel uit: Bisdomblad Tussenbeide, september 2009

Delft, Maria van Jesse orgel
Activiteiten omtrent de heringebruikname van het grote Maaschalkerweerd orgel van de Maria van Jessekerk te Delft zijn de volgende.

Na een ingrijpende restauratie, waarbij de pneumatische tractuur weer is teruggebracht naar de oorspronkelijk mechanische tractuur, zal op 24 oktober a.s. het grote Maarschalkerweerd van de Maria van Jessekerk te Delft in gebruik worden genomen met een concert.
Dit concert is vrij toegankelijk en wordt verzorgd door de dirigente/organiste van de kerk, Petra Veenswijk. Zij zal een Frans symfonisch programma ten gehore brengen met o.a. werken van César Franck, Camille Saint –Saëns en integraal de IIde symfonie van Louis Vierne. Tevens zal erop die dag een eerste CD uitreiking zijn (eerste opname van het gerestaureerde orgel) en een boekje over de restauratiewerkzaamheden aan het orgel.
Op zondag 25 oktober zal het orgel plechtig ingewijd worden o.a. door voorganger Bisschop Mgr. Ad van Luyn. De mis begint om 10:30 uur. Gezongen wordt de mis in fis van Charles M. Widor door het kerkkoor Deo Sacrum o.l.v. Petra Veenswijk.

In het weekend van 6 t/ m 8 november is er een orgelfestival met als doel de verschillende facetten van het orgel te laten horen.
Op vrijdag 6 november zal de organist van de Kathedraal van Brugge, Ignace Michiels, een concert geven. De aanvang is 20:00 uur.
Op zaterdagmiddag 7 nov. 15:00 uur wordt het sprookje “Le secret de Fifaro” uitgebeeld waarbij afwisselend wordt verteld en orgel wordt gespeeld. Bij dit sprookje komen alle registers aanbod. Het sprookje is een primeur voor Nederland. Het is o.a. gemaakt door de in Frankrijk wonende Nederlandse organist Albertus Dercksen en is bedoeld voor kinderen (van 5 tot 99 jaar).
Zaterdagavond om 20:00 uur is er een concert met orgel en zang. Uitvoerenden zijn de Haagse organist Ben van Oosten en sopraan Margaret Roest. Het festival wordt afgesloten op zondagmiddag 8 november om 15:00 uur met het orgelconcert van Poulenc. Uitvoerenden zijn het Haagse Serenata Orkest o.l.v. Ernst Wauer met een bezetting van strijkers en pauken, en Petra Veenswijk (orgel). Op zondag 13 december is er om 15:00 uur een orgelconcert in het teken van Advent en Kerst. Dit concert wordt verzorgd door Petra Veenswijk.

Meer informatie is te vinden op de website: www.veenswijkorgel.tk

KDOV-blad september 2009