Afdrukken
Impressie van een herboren Adema-orgel
René Verwer


Op 14 september 2008 werd in de Basiliek van de H. Kruisverheffing te Raalte het Adema-orgel in gebruik genomen, dat in 1927 was vervaardigd voor de r.-k.  St.- Michaëlkerk aan de Roggenstraat te Zwolle. In 1964 werd deze neogotische kerk afgebroken en verplaatste men de parochie even buiten het oude stadscentrum. Nadat ook deze kerk in 2005 werd gesloten, toonde de parochie in Raalte belang¬stelling voor het orgel, waarmee het instrument een derde leven begon. In de KDOV-bladen ‘winter 2008’en ‘lente 2009’ verschenen twee korte berichten (in het laatstgenoemde nummer de dispositie). Reden om diepgaander op dit bijzondere instrument in te gaan.   

 

Huidig orgelfront Adema-orgel te Raalte (2008); www.nationaleorgeldag.nl

 


Tijdens de laatste decennia is een zekere herwaardering ontstaan voor romantische orgels. Een gestaag groeiend aantal instrumenten uit de periode 1880-1930 is naar de oorspronkelijke staat (terug)gerestaureerd. Niet eens zo lang geleden werden deze orgels uit deze zg. ‘vervalperiode’ zonder scrupules gesloopt of ‘aangepast’ aan de smaak van de tijd. Het onlangs besproken Vermeulen-orgel in Woerden is een voorbeeld van het nieuwe beleid, momenteel worden twee instrumenten van de eens omstreden Roermondse orgelmaker Franssen gerestaureerd (O.L.V. Onbevlekt Ontvangen aan de Elandstraat in Den Haag en de Munsterkerk  te Roermond).

Het Zwolse orgel is het op één na grootste van Joseph Adema (1877-1943), dat in tegenstelling tot het orgel van de Amsterdamse St.-Willibrordus buiten de Veste in één keer tot stand kwam (dit kwam meer voor: het Maarschalkerweerd-orgel in de Utrechtse kathedraal werd ook in etappes opgeleverd). Het Zwolse instrument telde 43 registers over drie klavieren en pedaal, Positief en Reciet beide in zwelkasten. Het beschikte behalve de gebruikelijke koppelingen over sub- en superkoppels, voorts twee vrije en zeven vaste combinaties. Het orgel moet in de in 1892 voltooide kerk van N. Molenaar zeer goed hebben geklonken.


 

Oorspronkelijk orgelfront St.-Michaëlkerk,
Zwolle (1927)
Foto: Rijksdienst Monumentenzorg Zeist
(opgenomen in jublileumboek Adema
150 jaar orgelbouw)

 

Situatie 1964 in nieuwe St.-Michaëlkerk
Foto: Fa. Adema-Schreurs.

Als gevolg van gebrekkig onderhoud raakte de kerk in verval en in 1964 besloot men de kerk te slopen en een nieuwe parochie aan de Bisschop Willebrandlaan op te richten. Het mag een wonder heten dat met de kerk niet het orgel werd meegesloopt, immers, de tijd voor orgelromantiek was voorbij. Men besloot het orgel naar de nieuwe, moderne kerk mee te nemen en zelfs de dispositie en de pneumatische tractuur te respecteren, ondanks het beleid van de toenmalige adviseur P.J. de Bruijn, berucht om zijn ideeën om romantische orgels (gedeeltelijk) om te buigen naar een neobarokke esthetiek.
Ook Hubert Schreurs, aan wie de overplaatsing werd gegund, kwam met plannen ‘ter verheldering van het instrument’. Mede door de standvastige houding van de organist werd slechts de Unda Maris 8’ vervangen door een Terts 1 3/5’ en de Sesquialter  opgeschoven tot een Ripieno II. De oude kas ging verloren, in het nieuwe front met een eenvoudige multiplex betimmering zijn alle 71 tinnen frontpijpen met opgeworpen labia hergebruikt. Ondanks alle inspanningen van architect Pouderoyen en akoesticus Peutz klonk het orgel in deze nieuwe ruimte slecht. De zaalkerk had een laag schrootjesplafond, in het bredere (en veel hogere) priesterkoor – het geheel dus in een T-vorm –  was het orgel rechts opgesteld. Het orgelgeluid moest dus eerst ‘de hoek om’ en het laat zich raden dat de klankontplooiing verre van ideaal was. In deze situatie heeft het orgel veertig jaar gefunctioneerd.

 
Detail front met bisschoppelijk schild;
foto: R. Verwer

 

In 1979 ging het onderhoud over naar de fa. Kaat & Tijhuis te Kampen. Twaalf jaar later werden de houten delen tegen houtworm behandeld en kreeg het orgel een multiplex achterwand en plafond. Van plannen voor de elektrificatie van de tractuur, ook al in 1964 voorgesteld, werd uiteindelijk afgezien.
Zoals in veel Nederlandse steden worden parochies samengevoegd en ook in Zwolle moesten kerken sluiten, waaronder de St.-Michaël, nota bene de oudste parochie van de stad. Hierdoor kwam het orgel weer in de gevarenzone, maar de algemene belangstelling voor dit orgeltype was groeiende. Nadat de parochie van Lichtenvoorde zich had gemeld (maar vroegtijdig afhaakte) kwam er aandacht vanuit Raalte. In deze neogotische Tepe-kerk (1892) stond een Pels-orgel dat in zeer slechte staat verkeerde. Men zocht al enige tijd naar een vervangend instrument  en met het Zwolse orgel werd een gelukkige keuze gemaakt.

In 2007 is het orgel gedemonteerd en overgebracht naar de werkplaats van Kaat en Tijhuis. Opnieuw werd houtworm geconstateerd en bestreden en de door tinpest aangetaste pijpvoeten  hersteld met pijpvoeten van het Pels-orgel. De ‘versuikerde’ loden conducten van de pneumatiek zijn vervangen door koperen buizen, in totaal drie kilometer aan materiaal! De oorspronkelijke dispositie uit 1927 keerde met de reconstructie van de Sexquialter en de Unda Maris terug. Het front in Raalte is gerealiseerd door gebruik te maken van de onderkas  plus stijl- en regelwerk van het voormalige Pels-orgel, in combinatie met de fraaie frontpijpen van Joseph Adema. Het front telt nu 59 pijpen, met de voor Adema karakteristieke houten banden vóór de corpora.
Het Adema-orgel staat nu weer in een ruimte, die vergelijkbaar is met de oorspronkelijke kerk: een neogotische driebeukige hallenkerk. De uitstraling wordt niet gehinderd door een stenen balustrade en een grote toog (zoals is de St.-Nicolaasbasiliek te IJsselstein die grote verwantschap toont met de kerk in Raalte).

 
Pijpwerk hoofdwerk ; foto: R. Verwer

Geheel in de Adema-traditie telt het instrument veel strijkende registers en evenals Woerden lijken de inzichten van het Caecilianisme hier toegepast: op het Positief Fugara 8’ (p), Vioolprestant 8’ (mf) en Viola di gamba 8’ (f), de klanksterktes van de laatste twee registers zijn niet abusievelijk verwisseld! De Violon 8’ van het Hoofdwerk is evenals de Cello 8’ van het Pedaal vrij sterk, maar de zwevende registers Vox Coelestis 8’ en de zachter klinkende Unda Maris 8’ maken veel goed. De Dolce 8’ is hier geen strijker, maar een zachte Bourdon. Het koor van 8’-grondstemmen klinkt zeer fraai in de ruimte en, met toevoeging van Prestant  en Bourdon 16’, fluiten  4’ en 2’ en tongwerken van Positief en Reciet (plus octaafkoppels, kasten gesloten) ontstaat een mooi demi-Grand-Choeur. De enige Mixtuur is weer erg sterk, evenals de Trompet 8’, de Bazuin 16’ van het pedaal mengt overigens mooi in het tutti. Het orgel telt maar één overblazende fluit en deze Flûte harmonique blijkt (vooral bij de speeltafel) buitengewoon fors (als een Duitse Doppelflöte). Al met al ga je denken dat je eerder met Duitse dan wel Franse romantiek te maken hebt. Evenals het Maarschalkerweerd-orgel in Delft, dat maar al te graag als een Nederlands Cavaillé-Coll-orgel wordt getypeerd (en dat het niet is!) blijkt Adema in de tweede generatie vaak meer Duits- dan wel Frans-georiënteerd. De cd die Toon Hagen één jaar na de ingebruikname in Raalte opnam bevat uitsluitend Franse of Frans-getinte orgelwerken, maar ik zou graag hier ook Karg-Elert, Brahms of Reger willen horen. In de dispositie valt tenslotte op dat in het pedaal naast de Bazuin slechts een Clairon 4’ is gedisponeerd, dus zonder Trompet 8’. Het blijft gissen hoe men in 1927 tot deze beslissing is gekomen.
Tweemaal in het verleden is overwogen om de tractuur te elektrificeren. Deze keer werd de pneumatiek zelfs geheel vernieuwd, maar de reactie (toon¬repe¬titie, trillers) blijft zorgelijk (het Willibrord-orgel in de Haar¬lemse St.-Bavo werd in 1971 geëlektrificeerd). Dit alles neemt niet weg dat de Raalter Basiliek thans in bezit is van een prachtig orgel, dat in de kerk goed klinkt en de liturgie een nieuwe, waardige glans verschaft.

 

 
Speeltafel (1927); foto: R. Verwer

Met dank aan Gerard Keilholtz, organist titularis, voor de gastvrije ontvangst. Voor meer informatie zij verwezen naar een artikel van Lex Gunnink, ‘Nieuw leven voor Zwols Adema-orgel in Raalte’ in de Orgelvriend, jrg. 51, mei 2009, pp. 26-31. De cd van Toon Hagen met werken van Andriessen, Franck, Saint-Saëns en Klop is uitgegeven door Kaat en Tijhuis Orgelmakers te Kampen.

Ypma-orgel St. Nicolaasga
Komende Pasen 2011 wordt het Ypma-orgel van de parochie te St. Nicolaasga officieel in gebruik genomen. Het is oorspronkelijk afkomstig uit Akersloot. Tijdens de viering wordt het hoofdzakelijk gebruikt voor solospel (o.a. Grand Dialogue van Marchand) en de begeleiding van de volkszang. Organist is Y. v.d. Wal; dirigent Johan Kuipers.
De officiële inspeling zal plaatsvinden door dhr. T. van Eck op zaterdag 7 mei, ‘s middags om 15.00 uur.
Johan Kuipers meldt het volgende: “De mensen die het Ypma orgel kenden sinds 1975, waaronder ook Frits Haaze, zijn vol lof over hetgeen door de orgelmakers Bakker en Timmenga is gepresteerd. Het orgel heeft t.a.v. de klank een grote verandering ondergaan. Een ongeveer vergelijk vind ik in het orgel van Dirkshorn (Herv. Kerk) en Langeraar”. (RH; 3 april 2011)

KDOV-blad Lente 2011